In de circuswereld worden veel woorden gebruikt die je niet altijd in een normaal woordenboek tegenkomt. Sommige woorden komen uit de zigeunertaal sinti, anderen ook uit het Frans of Duits. Op deze pagina vind je het circuswoordenboek met woorden en hun betekenis.

Het rugwaarts van de trapeze vallen, om daarna aan de voeten aan de trapezestok te blijven hangen.

Een loodrechte houding van het lichaam, waarbij één voet in een lus hangt; bijvoorbeeld bij een perche act. 

Een vorm van parterre-acrobatiek welke op een bijzonder rustige manier wordt gebracht.

Een bemiddelaar tussen artiest en (circus)directie.

De metalen pennen die in de grond geslagen worden om de circustent mee te verankeren. "Haringen" bij een kleine tent om mee te camperen.

Een artiest die met zijn voeten jongleert terwijl hij op zijn rug op een trinka ligt.

Sein van de dresseur dat de dieren zich bij elkaar moeten verzamelen.

Zijwaartse salto, heeft zijn oorsprong in de acts van Arabieren die de eerste waren die deze zijwaartse sprong toonden.

Arabische springers en pyramidebouwers. 
Ook: Arabische paarden.

Circus zonder tent. Dus een systeem om in de openlucht circusshows te geven.

De "domme" grappige clown die de witte clown vaak tot wanhoop drijft.

Dit woord heeft meerdere betekenissen:

  1. Mededeling, bekendmaking
  2. Het bord achter de schermen waarop de circusdirectie mededelingen voor de medewerkers plaatst.
  3. In de uitdrukking "op avis komen" betekend het 'boete'. Vroeger kwam op het mededelingenbord de mededeling dat er een bepaald geldbedrag op het loon werd ingehouden als straf voor zaken als te laat komen, met een gat in je kostuum of vieze kostuums in de piste verschijnen of andere zaken als ongeoorloofd drankgebruik.

Kort voor salto; wordt meestal met een ander woord verbonden, bijv. tripleback, layoutback.

Duitse komiek in het kostuum van de pierrot of witte clown.

Hoepel met papier beplakt, waar een artiest doorheen springt.

Verzamelnaam voor kunstrijders en koorddansers in vroeger eeuwen.

Voorwaarts gestrekte salto met twist.

Ruiteract zonder gebruik van een zadel.

Plaats waar de artiesten binnen komen. 
Ook het opstellen van de requisiteurs bij de artiesteningang (‘barrière staan').

Spring over mensen en/of dieren, waarbij men van een springplank gebruik maakt.

Een slangenmens, die zich heeft gespecialiseerd in het achterover buigen.

Helper van de vrijheidsdresseur; een nummer met vrijheidspaarden wordt ‘bereden’ ingestudeerd.

Amerikaans: circustent.

Platform voor trapezeartiesten. 
Ook: stand op handen en voeten waarbij het zitvlak naar de grond is gericht. 

Zware zweep gemaakt uit ossenleer, gebruikt bij cowboyspelen.

Een acrobaat die zich op de meest zotte manieren laat vallen en toch altijd goed terecht komt.

Porteur, degene die bij een vliegend trapezenummer de vlieger aan de polsen of aan de enkels vangt en weer naar de trapeze terugzwaait. Ook: Vanger genoemd.

Een circusparade door een stad met alle artiesten en dieren.

De lange zweep die bij vrijheidsdressuren gebruikt wordt.

  1. Net alleen het wisselen (veranderen) van hand (changement de main; bij vrijheidspaarden commando: changez), maar in de eerste plaats changement de pied, veranderen in galop.
  2. Bij het Hogeschoolrijden kent men het changement de pied au temps, het galop wisselen om de zoveel passen.
  3. Voor rekwisiteurs is een changement een wisseling van attributen in de piste voor een nieuwe act die komen gaat.

Het Franse woord voor tent. Het gaat over de grote tent waarin de show gegeven wordt.

Een wirwar van springende en buitelende clowns of acrobaten, meestal als begin van een circusvoorstelling.

Net doen alsof er iets mis gaat, alsof je aangevallen wordt door een leeuw, enz.

Het publiek bedanken voor het applaus.

Slangenmens

Meerdere sprongen van een paard op de achterbenen zonder dat de voorbenen de grond raken.

Enkele paarden die tot besluit van de vrijheidsdressuur enkele bijzondere prestaties verrichten zoals bijv. bij het steigeren achteruit lopen.

Een trick, uitgevoerd in de nok van het circus, waarbij de artiest loodrecht naar beneden hangt en door zijn voeten in lussen te steken in staat is een ‘wandeling’ te maken.

Handstand op één hand. 

De tijd waarin het publiek haar plaatsen in kan nemen.

Franse term voor ‘tamme’ dressuur van wilde dieren.

Frans voor de ‘wilde’ dressuur van wilde dieren.

Een nummer van clown(s) als een zelfstandig programma-onderdeel.

Een evenwichtskunstenaar.

Evenwichtskunstenaar

Komisch acrobaat met zotte tricks.

Exotische dieren als kamelen, lama’s, buffels, zebra’s enz.

Het voorkant met ingang van het circus. Tegenwoordig vooral veel mooie hekken met lampjes en de kassawagen, vroeger een soort van grote, met circustaferelen beschilderde, 'schutting'.

Een apparaat waarin de vanger van een vliegend trapeze nummer aan zijn benen hangt.

Het einde van de voorstelling, waarin alle medewerkenden nog een keer afscheid van het publiek nemen. 

Snelle acrobatische rugwaartse beweging, waarbij handen en voeten beurtelings de grond raken.

Engelse term voor de vliegende trapeze artiesten die van de trapezestok naar de handen van de vanger vliegen.
Ook: Iedere acrobaat die sprongen maakt en door een andere acrobaat opgevangen wordt, zelfs bij acrobatiek op de grond als Ikarische spelen of Banquine.

'Vrije’ stand op het hoofd, m.a.w. zonder steun van de handen.

Het loon van artiesten.

Het gordijn waardoor artiesten komen als zij de piste betreden.

Roofdierengroep, bestaande uit meerdere soorten en rassen.

De zitinrichting, het amphitheater (niet de losse stoelen).

Het 'aanzetten’ met kleur en poeder van de ogen, mond, wenkbrauwen, enz. Oftewel het schminken van de artiesten.

Een salto die vanuit een handstand gemaakt wordt en waarbij de artiest weer op zijn handen terecht komt. 

Eénwieler met een lange stang als verbinding tussen zadel en wiel.

De kring van zand, leem en zaagsel die onmiddellijk tegen pisterand ligt. Deze heeft de vorm van een hoefijzer en lijkt daarom op de indruk (slag) die een paardenhoef achterlaat.

De nummers die eigendom zijn van de circusdirectie, compleet met bijbehorende dieren, apparaten enz.
Kleinere familiecircussen waarin de familie alle acts doen en er geen extra artiesten geboekt zijn hebben dus enkel huisnummers.

Een acrobaat die met zijn voeten "jongleert" met een andere acrobaat. De onderman vangt de acrobaat die diverse sprongen, salto's en flick flacks maakt telkens met de voeten op.

Een acrobaat die zijn kunsten uitvoert in de piste op ongezadelde paarden. Tricks als op en van een paard springen, maar soms ook trucks als een achterwaartse van de rug van een paard en landen op de rug van een paard dat daarachter loopt worden door een jockey uitgevoerd.

Artiest die met handen, voeten, hoofd, benen enz. voorwerpen omhoog gooit en weer opvangt.

Een rugwaartse val waarbij de handen krachtig op de grond worden geslagen.

Werk van een slangenmens, waarbij het lichaam steeds achterover wordt gebogen (ook wel caoutchouc). 

De kegels, de knotsen waarmee de jongleur werkt.

Circustent constructie waarvan alleen het dak van zeil is en rust op een frame van hout of aluminium. Rondom hangt geen zeil, maar staan houten of metalen schotten.

Werk van een slangenmens waarbij het lichaam naar voren wordt gebogen.

Engelse term voor cascadeurs.

Een dierenverzorger in het circus.

1. Een lange teugel om vanuit het midden van de piste een dier in de juiste richting te kunnen dirigeren. Wordt alleen gebruikt in het begin stadium van het trainen van de dieren.

2. Een staalkabel die een acrobaat aan een harnas koppelt bij uiterst gevaarlijke tricks om zo te voorkomen dat ze dood kunnen vallen. Sommige circusmensen spreken daarom ook van leeflijntje. 

Een ander woord voor piste.

Oud type woonwagen.

Staltent voor de paarden.

Reizende dierentuin waarin de dieren ook tricks aan het publiek presenteren.

Een idioot.

Noorse fjordenpaarden.

Minuscule plaatjes metaal in verschillende kleuren die op een kostuum worden genaaid en die mooi schitteren in het licht. 
Meest sprekende voorbeeld: het kostuum van de witte clown. 

Gesloten wagens waarin o.a. rekwisieten en apparaten vervoerd worden.

Breed 'zadel' waardoor men gemakkelijker op de rug van een paard kan blijven staan.

Hoge zuil waarop artiesten hun oefeningen laten zien.

Het draaien om de as van het lichaam. 
Bij paarden: draaien op de achterhand die vrijwel op de plaats blijft terwijl de voorbenen in de galopsprongen de draai mogelijk maken.
Bij exoten: een rondje draaien.

Rand om de cirkel waarin de circusshow zich afspeelt. 
Wordt ook gebruikt als naam voor de cirkel zelf, waarbij men dan naar de rand rondom als pisterand verwijst.
Feitelijk onjuist, maar inmiddels wel algemeen geaccepteerd.

Een zeil of dik tapijt dat in de piste wordt gelegd voor acts die niet in het zaagsel werken.

1: Het publiek bij binnenkomst hun plaatsen wijzen die ze gekocht hebben.
2: Het op de juiste plek wijzen van de circuswagens bij aankomst op het circusterrein.

De groep mensen die zich bezig houdt met de reclame d.m.v. affiches. De z.g. plakkateurs (vgl. ook plakwagens, plak-plaats, enz.).

Een positie waarbij het lichaam geheel gestrekt is.

Een vloer van losse planken die in elkaar geschoven worden in de piste. Wordt vaak gebruikt bij acts die een harde en gelijke ondergrond nodig hebben en dus niet op een pistekleed of in het zaagsel kunnen werken. Denk aan fietsacrobaten.

De "krukjes" waarop circusdieren zitten. Een ander woord is Postament.

Losse plankenvloer die in de piste gelegd wordt voor het optreden van bijvoorbeeld een rijwielnummer.
Ook Plancher genoemd.

 

IJzeren of houten ‘tafeltjes’ of tonnetjes waarop de circusdieren zitten.

Repetitie

Op elkaar en naast elkaar staan van artiesten en dieren al of niet met hulp van rekwisieten.

Schuin opgerichte palen die het tentdak steunen in het chapiteau. Veel moderne tenten hebben geen quadrepools meer om de zichtbaarheid voor het publiek te verbeteren.
In Nederland ook stormpalen genoemd.

De persoon die verantwoordelijk is voor de snelle afwikkeling van het programma. In het Engels: Ringmaster. Vaak is de persoon tevens spreekstalmeester.

Attributen die artiesten tijdens hun optreden gebruiken.

Korte pauze tussen twee circusnummers, die vaak gevuld wordt door het optreden van een of meerdere z.g. reprise-clowns.

Augusten die de ‘gaten’ in het programma vult als de apparaten voor een nummer op- of afgebouwd moeten worden.

De mensen die tijdens de voorstelling het plankier in en uit de piste dragen, de kooi op- en afbouwen en de artiesten de attributen aangeven.

Beweging/ gebaar, waarmee artiesten en dieren voor het applaus bedanken.

Engelse term voor Ikarische spelen (de act waarmee een onderman met zijn voeten met een andere persoon 'jongleert'.

Zeil dat aan het uiteinde van het tentdak is bevestigd en achter het gradin hangt (vgl. ook: rondelpalen/ rondelstangen, de palen die het uiteinde van het tentdak dragen). 

Oude Franse term voor kunstrijder. Ook veel gebruikt als woord voor de acrobaten en kunstenmakers die vroeger nog op straat optraden.
In het Italiaans: kunstenmaker.

Het slappe koord. Oftewel een draad welke op zo'n 1,5 tot 2 meter boven de grond hangt en niet strak gespannen is. Het koorddansen wordt hier erg door bemoeilijkt en het vereist dan ook veel meer training om dit te beheersen. Het maakt extra indruk op het publiek als de koorddanser het koord laat schommelen terwijl hij zijn tricks vertoont.

Paarden die in Hogeschoolnummers bereden worden (je zegt niet: Hogeschoolpaarden).

Belangrijke figuur die nummers annonceert (aankondigt), een onverwacht ‘gat in het programma met een korte babbel (boniment) moet vullen; assisteert bij clownsentrées als ‘aangever’, enz. Door veel kinderen en kunstenaars vaak ten onrechte gezien en afgebeeld als de circusdirecteur.

Een dik koord dat aan beide uiteinden opgehangen wordt. Een artiest voert zijn tricks uit in stilstand of terwijl het koord heen en weer schommelt. 

Degeen die verantwoordelijk is voor op- en afbouw van Chapiteau of kiosk en maatregelen neemt bij storm, sneeuwval en dergelijke.

Gelukwens voor het optreden.

Een dier zachtjes aanraken om een reactie op te roepen. Bijvoorbeeld bij schoolpaarden zachtjes de voorbenen toucheren om zo het been extra op te laten tillen. Dit kan met een chambrière, rijzweepje, maar ook met de handen afhankelijk van de act en situatie.

Vliegende trapeze

Een kunststuk.

Een "tafeltje" met een hellend vlak waar een antipodist of ikariër met zijn rug op ligt zodat hij gemakkelijk met de voeten jongleren kan.

Hoge draad

Een combinatie van een pirouette en een salto. Komt veel voor bij vliegende trapeze- en springplanknummers.

De ruimte die circusdieren buiten de staltent tot een beschikking kregen om zich vrij in te bewegen. Vaak afgezet met hekken of een schrikdraad. Een ander woord is paddock.

De kooi die buiten de tent tegen de roofdierenwagen aangebouwd wordt om de leefruimte van de roofdieren te vergroten.

Een vanuit de nok van het circus naar beneden hangend touw.

Op- en afspringen van een galopperend paard.

Paarden die in vrijheid, dus onbereden, gepresenteerd worden. 

Een trick waarbij de man of de vrouw snel, loodrecht in de lucht hangend, rondgedraaid wordt. De betreffende acroba(a)t(e) hangt hierbij aan de mond of aan de nek.

De ruimte onder het orkest tegenover de ingang van het publiek.

Over ons

Deze site is een initiatief tot de promotie van de Nederlandse Circuscultuur van Piet-Hein Out's Outstanding-Productions.Com.