Circus Aladdin - de Berdini's - Poster circus collectie Piet-Hein OutBen Tertoole en Frits de Vries vormden de clownsgroep de Berdini’s. Van 1978 tot en met 1982 werkzaam bij het Nederlandse Circus Renz van Nol en Marina van de Vegt. Het duo wilde echter meer en besloot een eigen circus op te richten.

Ze kochten van Frank Torrez materiaal van diens Circus Franklin, die op zijn beurt het materiaal van het Circus Hoepla gekocht had in 1980. In 1983 ging het Circus Aladdin voor het eerst op reis. Vaste nummers uit het programma: the Great Frederico (jongleren op de ladder) ofwel Frits. Ben Tertoole als de sterke man El Hector (hij tilde o.a. een pony op), clownerie van De Berdini's en na de pauze een illusionisten nummer van ongeveer 40 minuten. Daarnaast een aantal dierennummers met pony's en andere kleine dieren.

The Great Leonardo (Ome Sjef Mullens) was ook enkele jaren aan het circus verbonden. In november 1994 zou hij groots afscheid nemen, maar helaas moest hij enkele dagen voor het afscheid plotseling in het ziekenhuis opgenomen worden. Veel artiesten, w.o. clown Frenky (Jan Plug), kregen hun opleiding bij Circus Aladdin. Ben en Frits vormden tot 1991 de directie. Daarna stond het circus onder de leiding van Ben Tertoole als artistiek directeur en Wim den Otterals financieel directeur.

Op 28 september 1995 is het circus onderweg als een Duitse vrachtwagenchauffeur tijdens het invoegen de circuskolonne over het hoofd ziet. Een enorme ravage op de A2 ter hoogte van Best is het gevolg. De dierentransporter met de kamelen en chico de lama vliegt op zijn kant. De kamelen raken in shock en lama Chico is vrijwel op slag dood. Vier andere wagens waaronder de kassawagen raken total loss. Al met al werd 1995 hierdoor een rampjaar voor Aladdin. Het publiek liet het circus links liggen, in het voorjaar plakten dierenactivisten in Eindhoven de borden van het circus over met stroken waarop “Afgelast” stond.

14 oktober verschijnt een paginagroot artikel in De Telegraaf over het circus dat inmiddels op de rand van een faillissement staat. Men noemt het zelfs “Het zieligste circus van Nederland.” Hulpacties worden op touw gezet. Het circus krijgt twee tweedehands DAF trucks, een baby lama (Donar) en diverse donaties. Zo kan er ook een nieuwe kassawagen aangeschaft worden. Toch blijft het circus balanceren op het randje van faillissement. In de media beklagen Den Otter en Ter Toole zich over de gemeenten, hoogte van staangelden en het niet mogen plaatsen van reclameborden. Ze zijn moegestreden.

In 1997 is er een nieuwe tent en in de loop van het seizoen nemen Evert Duitshof en Patrick Lanza het circus over. Toch gaan de zaken niet helemaal naar wens en de MKZ crisis in 2001 doet het circus uiteindelijk de das om. Het circus Aladdin gaat niet meer op reis. Directeur Duitshof legt zich toe op de verhuur van circustent en artiestenbemiddeling vanuit zijn woonplaats Varsseveld.

Met het hele gezin naar Circus Aladdin - Poster circus collectie Piet-Hein Out 

Circus Piste is in 1971 opgericht door Willem en Henny Boekschooten. 

Willem Boekschooten was eigenlijk kok, maar wilde zijn hele leven als een klein circus hebben. Hij stortte zich in het avontuur. In een interview met de Nieuwe Leidsche Courant zei hij daarover: “Ik moet nu harder werken om mijn brood te verdienen. ’t Is geen rijkdom, maar we zouden van ze levensdagen niet meer terug willen.”

Toen het Belgische Circus Harry Malter in 1978 stopte nam de familie Boekschooten veel van het materiaal over. 

In 1979 telde het gezelschap dertien volwassenen en zes kinderen. Ze verbleven vaak één of twee dagen in een plaats.

Na het overlijden van Willem Boekschooten is het circus min of meer voortgezet door Rob Ritman en Maurice Veldkamp. Eerst enkele jaren als Circus Piste, maar uiteindelijk werd de onderneming het Magic Circus.

Clown Jofri, al jaren hét gezicht van het Magic Circus is de zoon van Willem en Henny Boekschooten. Een gevleugelde uitspraak van hem: „Ik ben geboren en getogen in het circus. Mijn ouders hadden Circus Piste. Eigenlijk ben ik heel mijn leven al clown. Toen ik twee was kreeg ik al een clownspak van mijn broer. ‘Trek maar aan’, zei hij.’”

Zeker al vanaf 1871 is de familie Mullens met grote regelmaat present op de Tilburgse Kermis. Ze vermaken het kermispubliek onder meer met een marionettentheater. Daarna exploiteren ze een voorloper van de spookhuizen.

Vader Henri Mullens reist met het Grand Cirque Hollandais in Frankrijk. Tijdens WOI vliegen in Verdun hen de kogels om de oren, het is het einde van dat circus. De familie pakt de draad weer op en put inspiratie uit hun leed. In hun nieuwe Théatre Pittoresque Mécanique wordt met bewegende poppen de slag om Verdun nagespeeld. Charles Mullens sr. (1904) zet het Théatre Pittoresque Mécanique van zijn vader, in eerste instantie met zijn broer Albert, voort. Met dit theater bezoekt Charles Mullens de grote kermissen in Nederland. Het Théatre Pittoresque Mécanique houdt in 1948 op te bestaan. Tegen die tijd had zoon Jos al zijn eigen grote circus, het Circus Jos Mullens opgebouwd.

Na het stoppen van Circus Jos Mullens in 1960, komt in 1984 de oude familienaam terug in het Nederlandse circuslandschap.

Circus Mullens - Affiche Collectie Piet-Hein OutCharles jr en Sjef Mullens, twee zonen van Charles sr., starten dan een middelgroot circus dat in Nederland en België zal rondreizen: het Circus Mullens. Elk jaar opent men het seizoen op Witte Donderdag in thuisstad Tilburg. Het circus kent wisselende successen, maar de familie zet door en durft te experimenteren. In 1987 presenteert men onder het motto "Mullens brengt China in de piste" een show waarin na de pauze een acrobatengroep uit Changzou schittert.

Uiteindelijk worden de enorme dagelijkse kosten teveel en in 1989 ziet de familie zich genoodzaakt te stoppen met reizen. Ze blijven het circus wel trouw en organiseren met wisselend succes kerstcircussen in Nederland.

Charles Mullens

In de winter van 1996 staat Charles Mullens op het Malieveld in Den Haag als Winterwonderland Circus Mullens. In het programma onder andere Robert and Nicky Fossett met een Aziatische olifant en een paardenvrijheid. Al snel komt men in de winter niet meer terug in Den Haag.

Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan. In 2013 kondigen Charles jr. en zijn familie de eerste editie van hun Groot Tilburgs Kerstcircus aan. Het succes van deze editie is het begin van een nieuwe circustraditie van de familie Mullens in hun Brabantse thuishaven.

Sjef Mullens

Sjef Mullens probeert tot en met 2004 jaarlijks een kerstcircus te brengen o.a. enkele jaren in Groningen. Hij kan het echter financieel niet bolwerken. Twee jaar later in 2006 komt hij te overlijden.

In 1982 doet het succes van het variété in het buitenland Hans Martens ertoe besluiten om het Circus Holiday om te vormen tot het Grand Variété Saltarino.  In het programma onder meer de bekende entertainer Ramses Shaffy. Het experiment werd echter geen succes en als snel keert de naam Holiday terug op de affiches.

Het variété had niets van doen met het Circus Saltarino.

In de winter van 1938-’39 stond er in het Amsterdamse RAI-gebouw een show onder de naam ‘Circus-Festival’. Het geheel stond onder leiding van Alfred Fossil. Fossil reisde met de meest beroemde circussen mee door Europa en na de tournee van Sarrasani in Zuid-Amerika bleef hij bij terugkomst in Nederland.

Uit de show in de RAI ontstond het Circus Saltarino. Vernoemd naar de destijds bekende circus auteur Waldemar Otto die zijn werk publiceerde onder de naam Signor Saltarino. 

Ruim 20 jaar circuservaring zorgde ervoor dat Fossil zijn kleine zaak wist uit te bouwen tot een onderneming van formaat. Het circus reisde van 1941 tot en met 1943 en na de oorlog nog slechts twee jaar als kioskcircus.

A.G. Giezen liep al op jonge leeftijd rond met het idee om een circus te starten dat teruggreep op de oorsprong van het klassieke circus. Pas jaren later rond 1939-1940 lukte het hem om van start te gaan met zijn “Nederlandse Circus-Revue”. Giezen wilde de nadruk leggen op “de twee edelste zaken der schepping: de vrouw én het paard.”

Het Circus Giezen had dan ook een ballet dat een prominente rol in de voorstelling vervulde. Voor de directie was dit de moderne vorm van de pantomimes die er vroeger in het circus te zien waren.

Geen gek idee, want uit de Renaissance balletten ontstonden paardenballetten (17e eeuw, Italië, Oostenrijk, Habsburgers). Deze paardenballetten waren deels weer van invloed op de totstandkomen van de rijacts in het circus. 

Gedurende de oorlog werd het circus door de Duitse bezetters van hun tent ‘beroofd’. Na de oorlog kreeg Giezen weinig medewerking van de autoriteiten en in het voorjaar van 1947 werd hij geveld door een ernstige ziekte. Het was het einde van het circus Giezen. 

 

Lion Kinsbergen reisde tot 1798 met een show waarin voltigeurs, springers en koorddansers optraden. Vanaf 1798 waarin hij 'het spul' van de eerste Nederlandse circusdirecteur Peter Magito heeft overgenomen zien we ook kunstrijders in het programma. In 1805 wordt de show voor het eerst aangeduid als 'paardenspel'. Na 1805 associeerde Kinsbergen zich niet zozeer meer met het paardenspel en kunstrijders, maar vooral met koorddansen. Lion Kinsbergen overleed op 63-jarige leeftijd in 1813, maar de familie bleef het circus trouw. Het Circus Kinsbergen als vervolg op de show van Lion heeft zeker nog 180 jaar een plek ingenomen in het Nederlandse circuslandschap.

 

Circus Cornelio was een nieuw Nederlands circus dat in 2015 is opgericht door Corné van Oevelen. Corné had al jaren een groot circushart en had ervaring opgedaan bij een ander circus voordat hij besloot voor zichzelf te beginnen. Begin mei hoopte Cornelio van start te gaan in het zuidelijkste puntje van Nederland, maar keer op keer werd de start uitgesteld. De bekende Nederlandse jongleur Freddy Kenton en zijn toen kersverse bruid Evelyn Beautour zouden bij Cornelio te zien zijn, evenals Bernice de Bruine met haar paarden. Al snel verdwenen deze namen van de circussite. Kenton zou e.e.a. eerst willen afwachten en bij De Bruine zou er een blessure in het spel zijn.

Eind april was het dan toch eindelijk zover. Cornelio ging op reis. Het concept dat men presenteerde was uniek. Het was een beweegcircus. Kinderen moesten niet de hele tijd stilzitten en kijken, maar konden dansen en springen terwijl zij zich vergaapten aan de kunsten van de artiesten. De tweedehands gekochte tent bleek echter een bouwval te zijn en moest vervangen worden. Maar men zette door. In Hoogerheide verslikte de vuurspuwer Romen Rodriguez Herrera zich en moest met spoed naar het ziekenhuis. Het leek mee te vallen en hij werd al snel uit het ziekenhuis ontslagen. Kort daarop werd hij toch weer in opgenomen, dit keer in Goes. Hier bleek dat hij een chemische longontsteking had. Ondertussen had het circus ook al problemen gehad met de dierenpolitie.

De politie kreeg een melding dat de dieren in de volle zon stonden. De temperatuur was op dat moment ongeveer 30 graden. De dierenpolitie trof in het circus een varken, zes eenden, twee honden en twee pony’s aan. Op de pony’s na, zaten de dieren in de bakkende zon zonder schuilmogelijkheid. De dieren waren wel van water voorzien. De ademhaling van het varken was gejaagd en het dier kon geen of nauwelijks een zuchtje wind vangen. De pony’s zaten in een trailer, ze waren niet in de gelegenheid de benen te strekken. Het circus kreeg de opdracht de dieren in ieder geval genoeg vers drinkwater te geven en hen van een schuilmogelijkheid te voorzien, zodat zij de warmte konden ontvluchten, als ze dat wilden. Het circus wees de beschuldigingen van de hand, de dieren zouden wel schaduwmogelijkheden gehad hebben, maar de zon was gedraaid. Desondanks had men wel een waarschuwing te pakken.

De steun en toeverlaat van het circus Gera de Leeuw van circusweb.nl had inmiddels gebroken met het circus. 

Het was de bedoeling dat Cornelio zowel in Nederland als in België ging rondreizen, maar al op 11 juni wist Omroep Zeeland te melden dat de voorstellingen in Kapelle de laatste zouden zijn. Ook directeur Van Oevelen zou met een ontsteking in het ziekenhuis beland zijn en de directeur van het Circus Fiësta, Frank van Hulle, nam de zaken waar en samen met een aantal van zijn artiesten liet men de shows in het weekend doorgaan.

Zo was er binnen 1,5 sinds de start al een einde gekomen aan het Circus Cornelio.

Circus Strassburger - Poster Collectie Piet-Hein OutCircus Strassburger was jarenlang een van de circussen die Nederland op de kaart zette in de circuswereld. De Joodse familie reisde vooral in hun geboorteland Duitsland, door de opmars van de nationaal socialisten werden zij gedwongen een groot deel van hun reuzen 3 piste circus te verkopen en in kleinere vorm opnieuw in te beginnen. Nederland werd het land waar zij opnieuw begonnen.

In samenwerking met impresario Frans Mikkenie kwam het Circus Mikkenie-Strassburger de oorlog door. In 1946 werd de samenwerking met Mikkenie verbroken en reisde het circus onder leiding van Karel Strassburger vanuit haar Hilversumse winterkwartier door ons land.

Strassburger groeide uit tot hét Nederlandse circus in de jaren '50. Het waren de Strassburgers die de traditie van circus in Carré herstelden. In de wintermaanden presenteerde men er zelfs drie verschillende programma's. Zomers speelde Strassburger in het Circusgebouw te Scheveningen, het tegenwoordige circustheater.

De artiest Tom Manders, beter bekend als zwerver Dorus, ontwierp diverse affiches voor het Circus Strassburger.

Na de dood van directeur Karl Strassburger tijdens een tournee in Zweden viel de grote drijvende kracht en inspirator weg. De zusters Regina en Elly Strassburger hebben het nog enkele jaren volgehouden voor zij besloten om de onderneming te stoppen.

Elly Strassburger en haar man, dompteur Harry Belli, hebben nog een paar jaar gereisd met hun circus Harry Belli. Helaas, was ook dit circus genoodzaakt te stoppen.

Tegenwoordig schittert de kleinzoon van Karl en Regina Strassburger met zijn ponydressuur in de beste circuspistes van Europa. Karl Ferdinand Trunk houdt de traditie van zijn beroemde voorvaderen in ere. 

Boeken over dit circus:

  • De Vijf Vijftigers, 1992 Amsterdam - Dick H. Vrieling
  • Strassburger : Geschichte eines jüdischen Circus, 1993 Dormagen - Herbert St. Nissing
  • Zwart paard gezien bij Circus Strassburger, 2008 - Andreas Schelfhout

Hieronder een filmpje ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van Carré te Amsterdam met beelden uit de voorstelling, stallen en repetities (met Karel Strassburger en zijn Friese paarden in de piste). 

Circus Strassburger - Ontwerp: Tom Manders - Collectie Piet-Hein Out  Circus Strassburger - Poster uit de collectie van Piet-Hein Out

Circus Mikkenie - Poster collectie Piet-Hein OutFrans Mikkenie

De Maastrichtenaar Frans Mikkenie begon al op zijn 17e met het organiseren van feestavonden. In de jaren '20 en '30 was hij al een bekend impresario en in het begin van de jaren '30 kreeg hij van de overheid een concessie om buitenlandse circusondernemingen in Nederland te presenteren. Toen Karel Strassburger met zijn circus op de vlucht voor de Nazi's in 1936 naar Nederland kwam was Mikkenie de tourneeleider. In de oorlogsjaren werd het circus zelfs omgedoopt tot Circus Mikkenie-Strassburger. Na de oorlog ging Strassburger weer zijn eigen weg, maar Mikkenie had de smaak te pakken. 

Frans Mikkenie wist de overheid er van te overtuigen dat een groot circus op reis door het buitenland veel deviezen voor Nederland zou kunnen opleveren. Hij verkreeg een krediet om tent en wagens aan te schaffen en het Nieuw Nederlands Circus Mikkenie was een feit. 

Mikkenie reisde niet met een normale circustent, maar met een enorme kiosk van 42 meter doorsnede. Helaas leverde de buitenland tournees hem in plaats van winst eerder veel verlies op. Als Frans Mikkenie aan de gevolgen van een maagbloeding op 24 juli 1954 komt te overlijden betekend dit het einde van het circus Frans Mikkenie.

Circus Mikkenie in de jaren '70

Toch prijkt de naam Mikkenie in de jaren '70 weer trots op circuswagens in het Nederlandse circuslandschap. Na jaren als Circus Mariska gereisd te hebben, besloot circusdirecteur Rob Ritman om in 1977 onder de naam Mikkenie op reis te gaan. Zijn circus was uitgegroeid tot een volwassen onderneming en verdiende een volwassenere naam. Toen Ritman besloot om weer kleiner te gaan reizen in 1980 maakte de naam Mikkenie weer plaats voor die van Mariska.

Boeken over dit circus:

  • De Vijf Vijftigers, 1992 Amsterdam

Circus Toni Boltini - Poster Circuscollectie Piet-Hein OutCircus Boltini kwam voort uit een kermis-variété. De Tweede Wereldoorlog maakte het Variété op de kermis onmogelijk en kort na de oorlog werd het variété een circus. In 1946 reisde het circus voor het eerst door ons land onder de directie van Johan (Akkerman) Boltini en zijn vrouw Johanna Borchert. Van hun zeven kinderen ontpopte zoon Toni tot degene die de leiding van het circus overnam en tot grote hoogte wist te stuwen. Zijn lucratieve autohandel, o.a. met veel dump-legervoertuigen, legde in de eerste jaren een stevige financiële basis voor dit circus.

Circus Toni Boltini werd een begrip in Nederland. Eind jaren '70 was de koek op en was Toni Boltini zijn eeuwige gevechten met de belastingdienst en overheid beu. Hij stopte zijn circus en trok zich terug op het door hem gekochte Landgoed Oud-Valkeveen.

Op 24 december 2003 stierf Toni Boltini.
Zijn eerste vrouw Dicky stierf op 16 april 2015.

Boltini's tweede vrouw Pammy Boltini runt heden ten dage een circusverhuurbedrijf.

Boeken over dit circus:

  • Ik ben Toni Boltini, 1966 Hilversum
  • De avonturen van circus-variété Boltini in oorlogstijd.
  • De Zaak Boltini '40-'45, 1986 Naarden
  • De Vijf Vijftigers, 1992 Amsterdam

Circus Jos Mullens - Poster uit Circuscollectie Piet-Hein Out

Zeker al vanaf 1871 was de familie Mullens met grote regelmaat present op de Tilburgse Kermis. Ze vermaakte het kermispubliek onder meer met een marionettentheater. Daarna exploiteerde ze een voorloper van de spookhuizen.

Vader Henri Mullens reisde met het Grand Cirque Hollandais in Frankrijk. Tijdens WOI vlogen in Verdun hen de kogels om de oren, het einde van dat circus. De familie pakte de draad weer op en putte inspiratie uit hun leed. In hun nieuwe Théatre Pittoresque Mécanique werd met bewegende poppen de slag om Verdun nagespeeld. De in 1904 geboren Charles Mullens sr. zette het Théatre Pittoresque Mécanique van zijn vader voort, in eerste instantie met zijn broer Albert. Met dit theater bezocht Charles Mullens regelmatig de grote kermissen in Nederland. Een vast onderdeel in het programma van het Théatre Pittoresque Mécanique was een slangenbezweerster. Verder kon men genieten van clowns, goochelaars, trapeze- en acrobatennummers. Het Théatre Pittoresque Mécanique hield in 1948 op te bestaan. De zonen van Charles zouden in 1984 op reis gaan met hun eigen Circus Mullens.

Circus Jos Mullens

Wie het heeft over Circus Jos Mullens, heeft het eigenlijk over Jos Mullens persoonlijk. 

“Hij kan bulderen en fluisteren. Plotseling gul lachend alle registers opentrekken, zijn Limburgse bonhomie en Franse mentaliteit, om dan opeens (een lach en een traan nietwaar?) met de vuist op tafel te rammen en heus te huilen”. Zo omschreef een journalist ooit circusdirecteur Jos Mullens.

In 1929 verlaat Jos Mullens de onderneming van zijn vader Henri Mullens en gaat voor het eerst op reis door Nederland met zijn eigen zaak: het Cirque National. Later zou hij ook de aanduiding Nationaal Nederlands Circus gebruiken. In de jaren ’30 raakt hij bevriend met de Franse circuskoningen Bouglione. Beetje bij beetje weet hij zijn circus steeds verder uit te bouwen. Hij investeert in materiaal en in kwaliteit.

In 1951 presenteert hij o.a. Johnny de Kok met zijn panters. Uit dit jaar stamt dan ook dit affiche. Een jaar later, 1952, presenteert Mullens zich groter dan ooit tevoren dankzij een samenwerking met de Bougliones. Deze tournee als Cirque Géant kende een tent met 3 pistes en een voor Nederlandse begrippen ongekende menagerie met giraffen, nijlpaard, ijsberen, roofdieren en veel paarden.

Door kwakkelende gezondheid ging hij in 1959 niet op reis en brengt hij Circus Krone naar Nederland. In 1960 gaat hij, nog herstellende van een zware hartaanval, een half jaar op tournee nadat het Belgische Circus De Jonghe wegens tegenvallende resultaten hun tournee door ons land staakte. Het zou de laatste tournee onder eigen naam worden.

Wel bleef Mullens als tourneeleider voor grote buitenlandse circussen in ons land actief. Op 8 september 1982 sterft Jos Mullens, 79 jaar oud, te Tilburg.

Circus Van Bever - Poster Collectie Piet-Hein OutVan Bever: het Nederlands Circus van Naam. Dat was jarenlang de slogan van dit circus in tot oktober 1959 haar laatste voorstellingen gaf.

Wars van humbug en superlatieven was Van Bever een oerdegelijke Nederlandse circusonderneming. Opgericht door Harry (Henri) van Bever en daarna voortgezet door zijn dochter Helena (Madame) van Bever en haar man August (Guus) Prescher. Een zaak die door hard werken, doorzettingsvermogen en spaarzaam gedrag een goede reputatie had binnen de circuswereld.

In 1950 vierde het circus haar 75-jarig bestaan. Het circus reisde niet met een traditionele circustent, maar met een kiosk. Dit is een constructie met rondom houten wanden en een tentzeil als dak over de spantent gespannen. Zo’n 1.700 bezoekers konden er een plaats in vinden.

In 1953 woedde er een brand in het winterkwartier in Terheyden bij Breda die de kiosk verwoestte. Daarna stapte men over op een circustent van 36 meter met zes masten rondom de piste. Het circus gaf de laatste voorstellingen van het seizoen altijd traditiegetrouw in Breda. Op 25 oktober 1959 zou men hier de allerlaatste voorstelling geven. 

Het affiche rechts was jarenlang deel van een collectie in de USA en kwam een aantal jaar geleden terug op Nederlandse bodem.

Circus Sjoukje Dijkstra - Poster Collectie Piet-Hein OutDe oud-schaatsster Sjoukje Dijkstra en haar man Karl Kossmayer maakten op 17 oktober 1979 tijdens een persconferentie in het Theater Carré te Amsterdam bekend dat zij in 1980 op reis zouden gaan met een eigen circus. Vanwege de bekendheid van Sjoukje Dijkstra werd gekozen het circus naar haar te vernoemen. Op 5 april 1980 ging de tournee van start. Helaas, het succes bleef uit. Wellicht omdat er in datzelfde jaar Circus Krone in Nederland op tournee ging en nog twee andere grote circussen voor het eerst op tournee gingen: Bassie & Adriaan en Circus Holiday. 

Al voor de start van het circus kwamen er moeilijkheden. Sjoukjes echtgenoot Karl Kossmayer nam contact op met tourneeleider en oud-circusdirecteur Jos Mullens om te vragen of hij nog vrij was. Hij meldde vrij te zijn en na een lange moeizame afspraak bij Mullens in Tilburg vroeg deze 14 dagen bedenktijd. Karl zijn gevoel van wantrouwen bleek terecht. Na 14 dagen zei Mullens vrolijk ook voor het Circus Sjoukje Dijkstra de tournee willen organiseren. Ook? Ja, hij had verzwegen te zeggen dat hij ook Circus Krone naar Nederland haalde. Een kennis zou nu de tournee gaan verzorgen, maar al snel bleek dat Mullens in de 14 snel alle grote steden in de goede periodes had vastgelegd voor Krone.

Verder verslechterde de verhouding met de Duitse circuskoning Carl Althoff, eigenaar van al het materiaal. Na de premiere in Amsterdam neemt de publieke belangstelling snel af, Sjoukje weet Amstelveen over de streep te trekken vergunning te verlenen en daar loopt het best goed, toch stapelen er zich problemen op. In de volgende plaats Zaandam wordt Karl Kossmayer onwel en in het ziekenhuis opgenomen. Gevreest wordt voor hartproblemen. Met Karl in het ziekenhuis reist het circus door naar het Malieveld.

Althoff is echter zo ontevreden over de gang van zaken dat hij de stekker uit de onderneming trekt. Op het Malieveld in is te zien dat de wagens weer snel voorzien worden van de naam Carl Althoff. Daarna vertrok het materiaal terug naar Duitsland.

In 1981 speelde het Circus Sjoukje Dijkstra enkel nog in het Ponypark Slagharen met een klein programma.

In 1983 ontstaat er in Roermond een burgerinitiatief om een wintercircus te organiseren in de plaatselijke schouwburg. Het idee dat men voor ogen heeft, is een circus met de grandeur van het beroemde Cirque d’Hiver in Parijs en de creativiteit van circus Roncalli uit Duitsland. Het vertrouwen dat directeur Jo Adams van het toenmalige Cultureel Centrum De Oranjerie uitspreekt, is van doorslaggevende betekenis geweest voor de eerste productie.

De theaterzaal transformeren tot het interieur van een heus circus blijkt echter geen sinecure, maar met een ploeg enthousiaste vrijwilligers, sponsors en geleend materiaal gaat men vol goede moed aan de slag. En als omwonenden eind januari 1984 wakker worden door het gebrul van leeuwen en tijgers, dan wordt het Roermondse Cirque d’Hiver toch serieus genomen. 

Op dinsdag 30 januari 1984 beleeft Roermond om 20.00 uur de wereldpremière van het Cirque d'Hiver Roermond. 

Een overdonderend succes is het resultaat, waardoor in datzelfde jaar een tweede productie op stapel kan worden gezet en heeft Roermond een primeur: de geboorte van een nieuwe traditie! 

In die lange traditie is het Cirque d’Hiver Roermond uitgegroeid tot één van de meest toonaangevende evenementen in Europa. Het bijzondere is en blijft dat, behalve de professionele circusartiesten, dit circus met zijn ingewikkelde organisatie, logistiek en vormgeving, als enig circus geheel wordt gedragen en gerealiseerd door zo'n 80 vrijwilligers.

Het gezegde gaat, dat wie eenmaal een paar schoenen in het circus heeft versleten, niet meer van het circus afkomt. Bij veel medewerkers zijn het al méér dan tien paar.

In 2012 trekt het circus 7200 bezoekers verdeeld over 12 voorstellingen, het wordt het record. Daarna dalen dankzij de economische crisis de sponsor- en entree inkomsten echter flink. Als in 2015 de voorzitter van de Stichting en drijvende kracht Ton Rennings om gezondheidsredenen gedwongen is zijn taak per direct neer te liggen, neemt het bestuur zo goed mogelijk zijn taken over. Het circus is de winter van 2015-2016 zoals gebruikelijk te zien. Maandag 28 december 2015 geeft men de laatste show. Het blijkt de allerlaatste show te zijn, want op 5 maart 2016 wordt bekend gemaakt dat de stichting gedwongen is de handdoek in de ring te gooien.

Het financieel risico is te groot, laat de Stichting Cirque d'Hiver weten. Ook het in 2015 ingevoerde verbod op voorstellingen met wilde dieren heeft een rol gespeeld bij de beslissing.

 

Cascade was een circusproductie van Gerrit Reus in de Stadsschouwburg in Utrecht. Na enkele jaren een complete circusshow geboekt te hebben, besloot circusliefhebber Reus om zelf met het team van de Stadsschouwburg een circusshow te produceren. Hij reisde stad en land af op zoek naar artiesten en het theatrale begon al snel steeds meer de toon te zetten. Zo verdwenen ook de dieren compleet uit het programma en dus ook het zaagsel en de ronde piste.

Na het overlijden van Gerrit Reus is er door de Stadsschouwburg besloten om te breken met de kersttraditie. Reus was de stuwende kracht en wellicht was men zich er van bewust dat hij voor de producties van Cascade onvervangbaar was.

Over ons

Deze site is een initiatief tot de promotie van de Nederlandse Circuscultuur van Piet-Hein Out's Outstanding-Productions.Com.